Over malariadiagnostiek
Hoe maak je dikke druppel- en uitstrijkpreparaten voor onderzoek op malaria? Waar moet je op letten? Wat kan er mis gaan? Op deze en meer vragen proberen we hier antwoord te geven door middel van 6 animaties gerangschikt naar onderwerp.
Klik op het onderwerp dat je interesseert en bekijk de animatie, beroepshalve of gewoon omdat ze grappig zijn. Wil je meer weten? kijk dan onder 'meerinfo'.

Contact opnemen kan natuurlijk altijd. Veel plezier met de filmpjes.

Vingerprikmethode
Inleiding:

De mooiste preparaten worden verkregen met vingerprikbloed. Door gebruik te maken van het minipipetje en het sjabloon is het mogelijk gestandaardiseerde dikke druppel- en uitstrijkpreparaten te maken met de juiste dikte.

Maak minimaal 2 dikke druppel- en twee uitstrijkpreparaten.

 

Benodigdheden:

1.     Handschoenen (zowel degene die het bloed afneemt als degene die de preparaten maakt

        dient plastic handschoenen te dragen).

2.     Sjabloon voor het maken van dikke druppel- en uitstrijkpreparaten.

3.     70% alcohol pads

4.     Pluisvrije tissue’s  (bv. Kimberly Clark)

5.     Verbandgaasjes (afm. 5 x 5 cm). Wattenbolletjes zijn minder geschikt omdat ze artefacten

        op de preparaten veroorzaken.

6.     Prikset voor het afnemen van vinger prikbloed (prikkers).

7.     Minipipetjes.

8.     Afvalbakje

9.     Safetybox voor scherp en infectieus materiaal

10.   Nieuwe schone objectglaasjes zonder afgeslepen hoeken en met een beschrijfbare

        matrand. Maak de glaasjes vetvrij met alcohol 70%, laat de alcohol verdampenen

        poets ze na met een pluisvrij doekje.

11.   Plateau voor microscopische preparaten

12.   Potlood

 

Uitvoering:

1.      Controleer of het aanvraagformulier volledig is ingevuld.

2.      Houd de glaasjes uitsluitend vast aan de rand of aan het beschrijfbare gedeelte.

3.      Leg de objectglaasjes op het sjabloon met het beschrijfbare gedeelte naar je toe 

         zodat je tijdens het noteren van de patiëntgegevens op de matrand de rest van

         het glaasje niet aanraakt.

4.      Noteer de patiëntgegevens met potlood op de matrand.

5.      Neem bij voorkeur bloed af van de ringvinger en maak deze schoon met alcohol  70%.

         De vingertop moet geheel droog zijn voordat wordt geprikt.

6.      Veeg de eerste druppel bloed weg met een gaasje.

7.      Neem de volgende druppel bloed op met het minipipetje.  Zorg ervoor dat alleen het

         smalle gedeelte van het pipetje met bloed is gevuld en verdeel het  over twee glaasjes

         in het midden van het aangegeven rondje (dikke druppelpreparaat).

8.      Neem opnieuw een druppel bloed en verdeel deze over de twee andere glaasjes op de

         aangegeven streepjes op het sjabloon (uitstrijkpreparaat).

9.      Maak nu eerst de uitstrijk:

a.      Plaats de smalle rand van een schoon (niet geslepen) glaasje in een hoek van 45° vlak vóór

        de druppel bloed. Houd daarbij het horizontale glaasje op z’n plaats met de wijsvinger van je

        andere hand.

b.     Trek vervolgens het uitstrijkglaasje naar achteren tot in de druppel totdat 2/3 van de

        rand zich heeft gevuld met bloed.

c.      Schuif vervolgens het uitstrijkglaasje met een vloeiende beweging naar voren.

10.   Maak nu het dikke druppelpreparaat:

a.     Maak – beginnend in het centrum van de druppel – maximaal 5 cirkelvormige

        bewegingen naar buiten tot aan de buitenrand van het op het sjabloon aangegeven rondje.

        Maak vervolgens dezelfde bewegingen maar nu terug naar het centrum van de dikke

        druppel totdat het bloed gelijkmatig over het vlak is verdeeld.

b.     Til nu het uitstrijkglaasje voorzichtig op, zonder luchtbellen achter te laten.

        Blijven er toch luchtbellen achter prik deze dan door.

11.   Laat de preparaten drogen in horizontale positie. Zorg ervoor dat er geen stof of

        insecten op of bij de glaasjes kunnen komen.